De menselijke maat

Hoe lang duurt duurzaamheid? Hoe eeuwig zingen de bossen? Wanneer komt de volgende ijstijd? Bestaan er nog grotere vloedgolven dan die van Fukushima? Het zijn allemaal vragen die ons dwingen ver vooruit te blikken. Wij mensen kijken door een zo nauw sleutelgat dat we denken dat het klimaat nu voor het eerst verandert, en dat het niet meer zal gebeuren als we maar braaf zijn.
Het heeft meer zin minstens tot het jaar 10000 kijken, omdat natuurlijke processen als klimaatverandering, zeespiegelstijging, aardbevingen en vulkanische erupties in veel grotere tijdschalen fluctueren. Wie zegt dat de aarde eraan gaat, bedoelt niet de aarde maar de mensheid. Een kleinzielig antropocentrisch wereldbeeld dat geen recht doet aan het feit dat de mens voor de aarde, zoals Mark Twain het zegt, niets meer is dan het likje verf op het topje van de Eiffeltoren.

Salomon Kroonenberg

De menselijke maat – de aarde over tienduizend jaar

Visie EDION

Zoals Salomon Kroonenberg in zijn boek verwoord worden vrijwel alle processen aan het aardoppervlak gestuurd door zonne-energie. Dankzij civiel ingenieur en wiskundige Milutin Milanković (1879 – 1958) weten we dat excentriciteit, obliquiteit en precessie de stralingsbalans beïnvloeden van de aarde als gevolg van variaties in de hoeveelheid zonnestraling en de oriëntatie van landmassa’s ten opzichte van de zon. Boorkernen in diepzee sedimenten en ijskernen van Antarctica bevestigen dit. Als gevolg van deze variaties varieert de temperatuur op aarde en dus ook het klimaat. Ook zonder toedoen van de mens. Het klimaat is voor de mensheid “een maat te groot”.

Wij mensen zijn wel de belangrijkste veroorzaker van de huidige kooldioxide toename in de atmosfeer, maar als een vulkaan een grote hoeveelheid kooldioxide de lucht in blaast, zouden we ons gewoon aanpassen. Als de mens stopt met de kooldioxidetoename in de atmosfeer reduceert de natuur de kooldioxidetoename zelf weer. Die heeft dit eerder al meerdere malen gedaan.
We moeten daarom niet het klimaat willen redden, maar de mensen. Laat de mens zich daarom bezig houden met het stoppen haar leefomgeving te vernietigen en zuinig te zijn met grondstoffen waar nog geen alternatieven voor zijn zodat de volgende generaties ook nog prettig kunnen leven.

Om een significante bijdrage te kunnen leveren moeten we niet zelf het wiel willen uitvinden. Daar hebben wij niet de juiste schaalgrootte voor en dit is bovendien niet onze expertise. Daarom maken wij gebruik van reeds ontwikkelde modellen en rekentechnieken die de ecologische voetafdruk van gebouwen kunnen vaststellen.

Wij bepalen echter niet alleen wat de ecologische voetafdruk van een gebouw wordt. Gedreven door politieke en financiële motieven bepalen ook de overheid en onze opdrachtgevers de mate van duurzaamheid van een gebouw. Wij zijn beperkt tot een inhoudelijk gesprek en een moreel appél richting onze opdrachtgevers om stappen te kunnen maken in duurzame en milieuvriendelijke gebouwen. Gelukkig zien steeds meer opdrachtgevers het belang van een duurzaam en milieuvriendelijk gebouw maar een echte omwenteling in de bouwsector is in handen van een daadkrachtige centrale overheid middels wet- en regelgeving.

Play Video

BENG liever ENG

Vanaf 1 januari 2021 moeten alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Deze eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Omdat fossiele brandstoffen eindig én milieubelastend zijn, stimuleert de Europese Unie het investeren in zonne- en windenergie. Door zelf energie op te wekken en door toe te werken naar één Europees energienetwerk moet energie schoner en goedkoper worden.

Echter BENG is geen doel, maar kennelijk een middel om de achterblijvers in beweging te brengen.
Het uiteindelijke doel is om geen fossiele energie te verspillen en de aarde leefbaar te houden. We moeten daarom naar energie neutrale (ENG) gebouwen. Dit zijn gebouwen die net zoveel energie opwekken (op een duurzame manier en zonder fossiele brandstof) als zij verbruiken, inclusief het energieverbruik van de gebruikers alsmede de energie die nodig is voor het verwarmen en/of koelen van de gebouwen.

De kennis, techniek en mogelijkheden zijn voorhanden om dat te kunnen realiseren. Maar een omwenteling naar energie neutrale gebouwen brengt ook grote economische, culturele en maatschappelijke veranderingen teweeg. Politici mijden de maatschappelijke discussie hierover want daadkracht en verder kijken dan de volgende verkiezingen is erg moeilijk voor hen.

Vanaf 1 januari 2021 moeten we het dus doen met bijna energie neutrale gebouwen (BENG) voor alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw.
De energieprestatie van nieuwe gebouwen wordt bepaald aan de hand van drie individueel te behalen (minimum) eisen om het verbruik van fossiele brandstoffen te beperken en het verbruik van hernieuwbare energiebronnen te vergroten. Moeder aarde zal zich van BENG niets aantrekken en voor wat betreft de fossiele brandstoffen: op is op.

Duurzaamheid meten

Duurzaam bouwen is meer dan energiebesparing. Bij de ontwikkeling van gebouwen staat het respect voor mens en milieu voorop. Duurzaam bouwen gaat niet alleen over een laag energieverbruik, maar ook over:

  • Gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers.
  • Een gezond binnenmilieu, bijvoorbeeld door goede ventilatie. Dit voorkomt vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen.
  • Prettige en leefbare gebouwen (zoals scholen, zorggebouwen en kantoren), wijken en steden.
  • Circulair bouwen, 10R model circulariteit (van refuse tot recover).
  • Verantwoord watergebruik.
  • Voorkomen dat fossiele grondstoffen en brandstoffen op raken.

Om duurzaamheid van gebouwen, organisaties en bedrijven aan te tonen bestaan verschillende rekentools, certificaten en keurmerken. De meest bekende en toegepaste instrumenten om de duurzaamheidsklasse van gebouwen te bepalen zijn BREAAM en GPR. De certificeringskosten voor BREEAM liggen hoger dan de certificeringskosten van GPR Gebouw.
De mate van duurzaamheid van gebouwen heeft aantoonbaar meer waarde. Certificeren betekent dat aantoonbaar is hoe duurzaam het gebouw is. Duurzame gebouwen zijn in trek bij huurders en gebruikers. Partijen zijn bereid meer te betalen om van het gebouw gebruik te mogen maken.
Duurzaamheid heeft een waarde die wordt erkend. Uit onderzoek van de World Green Building Council (WGBC) blijkt dat duurzame gebouwen hogere huur- of leasetarieven hebben. Dit komt onder andere door het goede binnenmilieu en de lagere operationele kosten.
Investeren in een duurzaam en gezond bedrijfspand biedt ook mogelijkheden voor subsidie. Als gebouweigenaar kan je met een duurzaamheids certificaat een aanzienlijk fiscaal voordeel behalen over de investering. Het voordeel is afhankelijk van het niveau waarop het gebouw wordt gecertificeerd en het jaar waarin je de aanvraag indient.

BREAAM

BREEAM is een internationaal erkende methodiek voor de beoordeling van de duurzaamheid nieuwbouw- als renovatieprojecten. Er vindt onderscheid plaats tussen ‘verdergaand zeer duurzame bouw’ en ‘duurzame bouw’ (nieuwbouw) en ‘duurzaam gerenoveerd’ en ‘zeer duurzaam gerenoveerd’ (renovatie). Tijdens de meting wordt gekeken naar 9 categorieën, te weten: management, materialen, transport, afval, water, gezondheid, vervuiling, energie, landgebruik & ecologie. Maximaal 50% van het investeringsbedrag komt in aanmerking voor investeringsaftrek.
BREEAM is geschikt voor bedrijfsgebouwen met een Bruto Vloer Oppervlak groter dan 5000 m2.

GPR

GPR is een voor de Nederlandse markt ontwikkelde methodiek voor de beoordeling van de duurzaamheid nieuwbouw- als renovatieprojecten. GPR Gebouw kent hetzelfde fiscale voordeel als BREEAM-NL, echter geldt voor de hoogste categorie ‘zeer duurzame renovatie of ‘verdergaand zeer duurzame bouw’ dat het totaal Bruto Vloer Oppervlak (BVO) minder dan 5000 m2 moet zijn. Bij GPR Gebouw wordt een gebouw getoetst op 5 categorieën: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.  Maximaal 50% van het investeringsbedrag komt in aanmerking voor investeringsaftrek.
De certificeringskosten van GPR Gebouw liggen aanzienlijk lager dan die van BREEAM, waardoor in de praktijk vooral “kleinere” organisaties de voorkeur geven aan GPR Gebouw. Bovendien voldoen zij meestal aan de BVO-eis.